Het leven van een uitvaartregisseur in tijden van corona

Roelof Marskamp is uitvaartregisseur bij Morgen Uitvaart in Gorinchem, een bijzonder beroep in coronatijd. Hij vertelt over zijn werk gedurende de coronacrisis in het algemeen en over het overlijden van zijn moeder aan corona in het bijzonder.

Uitvaarten in coronatijd
De coronacrisis drukt een stempel op het leven van veel mensen, ook op dat van uitvaartbegeleiders. Zo wisselen steeds de voorschriften, zoals het maximum aantal mensen dat bij een afscheid aanwezig mag zijn. “In het begin mochten er maximaal 30 mensen aanwezig zijn bij een uitvaart; in de zomer werden dit er 100 en nu weer terug naar 50 personen (mits de locatie het toelaat). Dit bemoeilijkt het werk, maar het heeft vooral enorme impact op families die met de dood van een dierbare te maken hebben. Ze moeten vervelende keuzes maken over wie ze uitnodigen bij het afscheid. Daarnaast missen mensen het fysieke contact om elkaar troost te kunnen bieden.”

Toch zitten er ook positieve ontwikkelingen aan vertelt Roelof. “Het brengt enorm indrukwekkende creatieve oplossingen voort. Daarnaast wordt een afscheid veel intiemer doordat je maar met een kleine groep bent. Dit heeft zeker zijn charme en geeft meer rust. Ik verwacht dat families die nu een kleinere uitvaart hebben meegemaakt, in de toekomst daar ook vaker voor zullen kiezen.”

Livestream
Ook wordt er, als oplossing voor het beperkte aantal gasten dat bij een uitvaart aanwezig mag zijn, steeds vaker gebruik gemaakt van een livestream. “Veel meer locaties hebben mogelijkheden om via een livestream een afscheidsceremonie te volgen. Daar is erg veel progressie in gemaakt het afgelopen jaar.”

3 uitvaarten in één week, waaronder die van zijn eigen moeder
“Mijn vader overleed toen ik 34 jaar was. Het was een keerpunt in mijn leven, met name waar het gaat om de band met mijn moeder. Als broers en zussen verdeelden wij de zorg en aandacht die zij nodig had. Zo nam ik meestal de ritten naar het Antonius ziekenhuis voor mijn rekening, waar mijn moeder drie keer per week gedialyseerd werd. Vanaf dat moment ontstond er een veel hechtere  ‘moeder-zoon’ relatie, zoals ik die voor die tijd niet zo kende. Mijn moeder kreeg op haar 81e corona. Met name door haar zwakke gezondheid, diabetes en longaandoening, kon zij niet aan de volledige beademing door een tube. Wij wisten dat ze dit niet kon overleven. Ik had het er heel erg moeilijk mee. De angst in haar ogen symboliseerde een smeekbede om dood te mogen gaan. Je wilt helpen, maar je kunt niet anders dan machteloos toezien hoe de dood het langzaam wint van het leven”. De verzorging na het overlijden van zijn moeder heeft Roelof zelf gedaan, maar op de dag van de uitvaart heeft hij de uitvaartbegeleiding overgelaten aan een collega. Hij wilde die dag niet de uitvaartbegeleider maar de zoon zijn. Roelof moest zijn verdriet om haar afscheid af en toe wegdrukken, omdat hij als uitvaartbegeleider diezelfde week nog twee uitvaarten moest verzorgen.

Er is altijd weer een morgen
“Het leven als uitvaartbegeleider is echt heel wat meer dan voor de stoet uitlopen in de grijze of zwarte jas. Het is omgaan met de emoties en het verdriet van anderen. Je kennis, kunde en ervaring inzetten om daar ruimte aan te geven en tegelijkertijd mensen voor te houden dat er altijd weer een morgen is. Weliswaar een morgen zonder de dierbare van wie je afscheid neemt, maar wel een morgen. Op de dag van het overlijden van mijn moeder zei ik in mijzelf: ‘mam, ik neem je mee naar morgen’.

Mooi compliment
“De contactpersoon van één van de twee families voor wie ik de uitvaart verzorgde in de week dat mijn moeder overleed, las later de overlijdensadvertentie van mijn moeder. Zij stuurde mij een kaartje om mij alsnog te condoleren. Ik had bij het regelen van de uitvaart van haar moeder, niet gezegd dat mijn eigen moeder diezelfde week was overleden. Voor mij was dat vanzelfsprekend, want ik ben er dan om hen tot steun te zijn en niet andersom. Maar zij vond het duidelijk heel bijzonder en vond dat ik dat gerust had mogen vertellen. Op het kaartje dat ik kreeg, sprak ze haar waardering uit voor het feit dat ik dat niet gedaan had en hen het gevoel gegeven had, dat ik er die week alleen voor haar en haar familie was. Ik ben niet zo snel emotioneel, maar dit kaartje raakte mij wel.

Altijd in de startblokken
Als je ambulancemedewerker bent en je hebt dienst, dan betekent een oproep, dat je onmiddellijk in de actiemodus springt. Je staat dus altijd in de startblokken. Bij een overlijden is die haast niet nodig, zou je denken, maar ook ik sta altijd in de startblokken als ik dienst heb. Op het moment dat ik gebeld wordt, is het vrijwel altijd zo dat de beller dat ook van mij verwacht. Of het nu overdag is of ’s nachts, ik ben zo snel als ik kan op het adres van de overledene om de familie te ondersteunen en de eerste formaliteiten in gang te zetten.

Corona of geen corona
Roelof Marskamp

Mijn eerste vraag is tegenwoordig wel of de overledene aan corona is overleden. In dat geval ben ik namelijk verplicht om een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen. Bij een oproep neem ik altijd mijn verzorgingskoffer mee. Daar zit, naast van alles om een overledene te verzorgen, ook mijn beschermende kleding in. Afhankelijk van de locatie waar iemand is overleden, overleg ik dan waar de verzorging het best kan plaatsvinden. Ik moet dan uiteraard rekening houden met eventuele wensen van de overledene en met de wensen van de familie. Het gebeurt steeds vaker dat kinderen van de overledene willen assisteren bij de verzorging. Dat wil dan zeggen bij de opbaring. De verzorging van het lichaam doe ik namelijk altijd samen met een collega.

Bril op, bril af, bril kwijt
Ik zeg altijd dat de verzorging van de overledene gedaan wordt met respect voor de naaktheid van het lichaam. Dat klinkt misschien wat hoogdravend, maar voor mij is het heel veelzeggend. Er is nooit sprake van routine, maar respect en piëteit voor elk individu. Bij sterfgevallen door corona biedt deze eerbied voor het lichaam extra houvast, omdat het best zwaar is om dit in beschermende kleding te doen. Transpiratie en beslagen bril zijn gewoon niet te voorkomen. Bril op, bril af en zelfs bril kwijt, zijn kenmerkende ervaringen in deze situaties. Des te groter overigens de voldoening als de familie erbij geroepen kan worden en de overledene verder kan worden opgebaard.

Het virus is dood
Als er sprake is van dood door het coronavirus, dan is het wel zo, dat het virus dan ook meteen dood is. De overledene kan het virus dan dus niet meer overdragen. Ik moet er echter wel rekening mee houden dat een mogelijk virus nog wel aanwezig kan zijn op bijvoorbeeld een drinkbeker, een boek, een telefoon en dergelijke. Dat schijnt daarop nog wel een dag of drie te kunnen overleven. Als de familie contact heeft gehad met de overledene, dan moet ik daar uiteraard ook behoedzaam mee omgaan. Dat betekent dat er ook bij het regelen van de uitvaart voldoende afstand bewaard moet worden.
Ik maak dan ook regelmatig gebruik van beeldbellen.

Coronahoekje
Als is thuiskom, loop ik naar mijn coronahoekje, zoals ik deze plek ik mijn huis genoemd heb. Daar stop ik mijn beschermende kleding in een speciale waszak. Dan is het douchen en tijd voor het nodige schrijf- en regelwerk.

Draaiboek
Op het kantoor van Morgen Uitvaart maken we op basis van de gesprekken die ik met de familie gehad heb een draaiboek en een overzicht van de kosten. Daarmee vertrouwen wij de familieleden zoveel als mogelijk te ontzorgen, zodat zij zich in alle rust kunnen voorbereiden op de uitvaart.

Uitvaartbegeleider worden
Een goede vriend van mij vroeg eens hoe ik ertoe gekomen ben om uitvaartbegeleider te worden. Ik weet nog dat ik toen zei ‘uitvaartbegeleider dat word je niet, dan ben je’. Onzin natuurlijk, want je wordt niet geboren als uitvaartbegeleider, maar je bent waarschijnlijk een keer geraakt door het bijwonen van een goed georganiseerde en respectvol verlopen uitvaart. Ik denk dat dat bij mij ook het geval is geweest.
Hoe dan ook, ik ervaar het nog altijd als een eer, als men te kennen geeft dat men de uitvaart door mij wil laten verzorgen.